Onderwijskundige informatie

 
Computers Onderwijs in de kleutergroepen
Godsdienst en Humanistisch vormingsonderwijs Onderwijs in de groepen 3 t/m 8
Leerlingenzorg Rapportage
Verwijsindex risicojongeren (VIR) Schooltelevisie
Leerling Gebonden Financiering Urenverdeling
Musical Voortgezet onderwijs
Onderwijs algemeen    
       

Computers

 

Wij zijn van mening dat de meerwaarde van computers het sterkst naar voren komt in onderwijsleersituaties waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen leerlingen in aanleg, tempo en interesse. Wij werken vanuit het beleidsplan ICT en streven de doelstellingen van dit plan na.

       
  De netwerkcomputers, alle uitgerust met flatscreen beeldschermen en koptelefoon, zijn als volgt ondergebracht:
opsommingsteken Computerruimte bovenbouw: 15 computers
opsommingsteken Computerruimte onderbouw: 11 computers
opsommingsteken Groepen 1 en 2: 4 computers

Aanvullend staan er in iedere groep 2 computers.
 

 

De concentratie van computers op bovenstaande plaatsen in de school geeft de mogelijkheid om met flinke aantallen leerlingen tegelijk te werken. Alle groepen passen ICT toe in de onderwijsleersituaties (o.a. tijdens het zelfstandig werken). Daarbij worden er structureel tijden afgesproken wie wanneer gebruik maakt van de ruimtes waar de computers staan.
Steeds meer lesmethoden worden geleverd met een bijbehorend computerprogramma, zodat er een vanzelfsprekende verbinding is tussen de lessen in de klas en verwerking op de computer. Inmiddels worden alle mogelijkheden van de digitale wereld gebruikt in alle groepen m.b.v. het digitale schoolbord.
Daarnaast wordt de computer gebruikt voor de individuele ontwikkeling van de leerlingen via daartoe geëigende programma’s.

In de school is een ICT-er aanwezig. Deze volgt cursussen, om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen op het gebied van computergebruik in de basisschool. De ICT-er is in eerste instantie verantwoordelijk voor een aantal omschreven werkzaamheden voor het beheer van het netwerk. De school kan bij het beheer ook rekenen op de hulp van een helpdesk.
Bij niet oplosbare problemen op afstand komt er iemand van buitenaf.
De ICT-er stimuleert de leerkrachten van de school in het gebruik van de computer, helpt ze eventueel uit de computerproblemen en informeert het team over nieuwe mogelijkheden.

De website (www.griftschool.nl) is volop in gebruik.
Via de website kunt een goed overzicht krijgen van alle activiteiten die gepasseerd zijn en die nog staan te gebeuren (“Actueel” en “Grift-info”). U kunt ook de notulen van de MR raadplegen
Van alle zaken die in deze schoolgids genoemd worden kunt u kennisnemen via de website.

       
Naar het begin van de pagina

Godsdienst en Humanistisch vormingsonderwijs

 

Aan de leerlingen van de school wordt de mogelijkheid geboden deel te nemen aan godsdienstonderwijs of humanistisch vormingsonderwijs.
In de groepen 3 t/m 8 verzorgen leden van de Voorhofgemeente te Woudenberg de godsdienstlessen.

Met ingang van dit jaar is het mogelijk dat de leerlingen van de groepen 3 t/m 8 kunnen kiezen voor godsdienstonderwijs of humanistisch vormingsonderwijs.

Aan godsdienstlessen of lessen humanistisch vormingsonderwijs wordt op vrijwillige basis deelgenomen. De inhoud van de lesstof valt niet onder de verantwoordelijkheid van de school. De lessen worden onder schooltijd gegeven.
De kinderen, die niet aan deze lessen deelnemen, volgen een aangepast programma.
Informatie over beide vakgebieden zijn op school verkrijgbaar.

De lessen worden gegeven door:

 

Herma van Zanten (p.c. godsdienstonderwijs)

Nanneke Klijnstra (humanistisch vormingsonderwijs.)

 
       
  De lesdagen en tijden voor GVO en HVO:
  G.V.O.    
  Woensdag:

 

groep 3
groep 5
groep 4
groep 6/7
  08.40 – 09.25 uur
09.25
– 10.10 uur
10.50
– 11.35 uur
11.35 – 12.20
uur
           
  H.V.O.        
 

Woensdag

 

groep 8
groep 4/5
groep 6/7
  09.35 – 10.15 uur
11.50
– 11.35 uur
11.35 – 12.30 uur
       
Naar het begin van de pagina

Leerlingenzorg

 

Op de Griftschool wordt er naar gestreefd om zorg op maat te bieden uitgewerkt in de zorgstructuur en weergegeven in het zorgplan. Onze school is klassikaal georganiseerd. Het is echter niet zo dat alle kinderen op hetzelfde moment op hetzelfde niveau werken. We proberen dan ook binnen de klassikale werkwijze ruimte te vinden om kinderen individueel en in groepjes te begeleiden. Het kan dus zijn dat er soms klassikaal gewerkt wordt, op een ander moment in groepjes met verschillende leerstof en soms met individuele, zelfstandige opdrachten. 

Binnen onze school is een intern begeleider aangesteld (IB-er). Deze bewaakt het hele proces en is samen met de groepsleerkrachten en de directie verantwoordelijk voor de hulp aan kinderen. Elk jaar maakt de intern begeleider de toetskalender waarin alle  toets- en bespreekmomenten vastgelegd zijn.
Daarnaast zijn er groepsondersteunende leerkrachten die met het kind alleen of met kleine groepjes kinderen extra hulp bieden in de vorm van herhaling van instructie, leerstof vooraf bespreken en/of extra oefenmomenten de zgn. remedial teaching. Voor deze kinderen wordt er veelal door de remedial teacher een individueel handelingsplan opgesteld.

De Griftschool tracht de uitstroom van leerlingen naar het speciaal basisonderwijs binnen het beheersingspercentage te houden, zoals aangegeven binnen Weer Samen Naar School. De praktijk leert dat we altijd binnen deze grens blijven. Het streven van overheid en onderwijs is om voor zoveel mogelijk kinderen binnen de eigen school een leerweg uit te stippelen. 

Bij het omgaan met de verschillende onderwijsbehoeften hebben we als insteek het werken met groepsplannen. Groepsplannen zijn ontstaan uit het gegeven dat het werken met een veelheid aan individuele handelingsplannen in de praktijk onuitvoerbaar is. In het schooljaar 2009-2010 hebben we een start gemaakt met deze manier van werken de zgn. 1-zorgroute.

De stappen en beslismomenten in 1-zorgroute zijn transparant. Voor iedereen is duidelijk wie, wat, wanneer doet. In de zorg voor leerlingen op de Griftschool kun je een aantal fasen onderscheiden. Hoe een kind deze fasen doorloopt hangt helemaal af van de problematiek rondom het kind. We spreken in deze context van zorgniveaus.

 

Zorgniveau 1

De groepsleerkracht verzamelt gegevens van alle leerlingen. Dit kan zowel via observaties, methodegebonden als methodeonafhankelijke toetsen. Op de Griftschool is dit als volgt geregeld:

In de groepen 1 en 2 worden alle kinderen twee keer per jaar bekeken op verschillende gebieden d.m.v. observatielijsten. Ook worden de kinderen van groep 1 en 2 twee keer per jaar getoetst (januari en mei/juni). De toetsen die afgenomen worden zijn:

Cito rekenen voor kleuters, vernieuwde versie 2011

Cito taal voor kleuters, vernieuwde versie 2010

Toetsen beginnende geletterdheid van het CPS

In de groepen 3 t/m 8 worden alle kinderen twee keer per jaar getoetst op spelling, rekenen, begrijpend lezen, woordenschat en technisch lezen met behulp van Cito-toetsen. Daarnaast worden de toetsen afgenomen die horen bij de diverse leermethoden.
De sociaal-emotionele ontwikkeling wordt door observaties in kaart gebracht door middel van de SCOL: Sociale  Competentie  Ontwikkelings  Lijst. Deze lijst wordt door de groepsleerkrachten in het najaar en in het voorjaar ingevuld. Afgelopen  schooljaar zijn  we ook aan de slag met de leerling-SCOL. De leerlingen van groep 6, 7 en 8 vullen in het na- en voorjaar zelf hun eigen lijst in en kan dan vergeleken worden met de observaties van de leerkracht. Dit levert soms  informatie op om met het kind in gesprek te gaan.

In de groepen wordt het volgende stappenplan doorlopen:

  1. Het verzamelen en ordenen van gegevens van kinderen uit toetsen, observaties en gesprekken met kinderen en ouders in een groepsoverzicht.
  2. Het signaleren van kinderen die extra ondersteuning en zorg nodig hebben.
  3. Het doelgericht benoemen van de onderwijsbehoefte van het kind.
  4. Het clusteren van kinderen met vergelijkbare onderwijsbehoeften.
  5. Het opstellen van een groepsplan op basis van de verzamelde gegevens.
  6. Het uitvoeren van het groepsplan.

 

 

Zorgniveau 2

Drie  keer per schooljaar vindt een groeps(plan)bespreking plaats. Vanuit deze groepsbesprekingen worden leerlingen geselecteerd die in aanmerking komen voor extra hulp. Bij al deze stappen informeren en/of overleggen we met de ouders. Daarnaast bespreken wij  indien nodig  leerlingen plenair met het team. De leerkracht kan altijd tijdens de algemene teamvergadering een leerling inbrengen. In het voorjaar wordt er een plenaire leerling-bespreking  gepland.

 

De stappen kunnen zijn:

  1. Extra hulp in de klas die de leerkracht zelf aan het kind of een groepje kinderen geeft, deze hulp staat beschreven in het groepsplan.

  2. Kortdurende extra hulp buiten de klas (remedial teaching). Er wordt een handelingsplan gemaakt.

  3. Een gesprek met de Intern Begeleider waarin gezamenlijk naar handelingsalternatieven gezocht wordt.

  4. Een bespreking met de schoolbegeleider vanuit het zorgplatform (onderwijsloket bovenschoolse zorg (O.L.B.Z.) aangesloten bij het samenwerkingsverband  NIS).

  5. Hulp gegeven door een externe instantie, bijvoorbeeld fysiotherapie, logopedie, preventief ambulant begeleider, sociale vaardigheidstraining enz.

 

Voor het uitvoeren van een (groeps)handelingsplan en de contacten met de ouders is de groepsleerkracht verantwoordelijk.

 

Aan het einde van het schooljaar vindt de overdrachtsbespreking plaats. Naast de intern begeleider en soms de r.t.-er zijn zowel de leerkrachten van de huidige als de nieuwe groep aanwezig. De bedoeling van deze bespreking is er voor te zorgen dat de doorgaande lijn gewaarborgd is.

 

De evaluatie van het (groeps)handelingsplan kan 4 resultaten opleveren:

  1. Het probleem is opgelost en het dossier kan gesloten worden.
  2. De hulp / aanpassing dient te worden gecontinueerd.
  3. De aanpassing van het onderwijs is gelukt, maar er is een ander probleem ontstaan (het proces start opnieuw).
  4. De school kan niet verder met het probleem.

 

Zorgniveau 3 en 4

De aanpassing van het onderwijs heeft niet de gewenste resultaten opgeleverd en er is nader onderzoek nodig.

De school kan in een dergelijk geval besluiten een onderzoek te laten uitvoeren door een deskundige buiten de school. Meestal is dit een psycholoog of orthopedagoog van de onderwijsbegeleidingsdienst of een particulier bureau. Ook kunnen we denken aan preventieve ambulante begeleiding vanuit het REC, aanvraag beschikking voor een rugzakje (LGF), aanmelden voor een dsylexie-onderzoek.

Als we een kind willen laten onderzoeken, dan dienen de ouders daar vooraf toestemming voor te verlenen.

 

Zorgniveau 5

Als een leerling  in zorgniveau 5 komt, heeft het alle niveaus doorlopen. Er zijn voor deze leerling geen mogelijkheden meer om hem/haar op de juiste wijze onderwijs te bieden op onze school. Dit betekent dat de school en de ouders op zoek gaan naar een andere school die het beste past bij de mogelijkheden van deze leerling. (Dit geldt niet voor de rugzakleerling!)

Scholen waar de leerling terecht zou kunnen zijn:

  • Speciaal Basis Onderwijs (S.B.O.)
  • Speciaal Onderwijs (S.O.)
  • Andere basisschool

 

 

Voor plaatsing op een school voor speciaal basisonderwijs gaat de aanvraag via ons samenwerkingverband.

Nieuw Interzuilair Samenwerkingsverband (NIS)PC  Eemland.

Utrechtseweg 371

3818 EL Amersfoort

        www.niswsns.nl.

 

School en ouders melden bij het NIS aan. Het onderwijskundig rapport wordt door de school ingevuld en opgestuurd naar het P.C.L.. van het NIS.

 

Aanmelding Permanente Commissie Leerlingenzorg (P.C.L.)

Het onderwijskundig rapport voorzien van de nodige bijlagen wordt met de aanmelding naar het secretariaat van de P.C.L. opgestuurd. De secretaris beoordeelt of het dossier compleet genoeg is om de beschikking voor speciaal basisonderwijs af te geven.

 

De Permanente Commissie Leerlingenzorg heeft de beschikking S.B.O. afgegeven. De ouders worden zo spoedig mogelijk na de bespreking op de hoogte gebracht. De school krijgt hiervan een afschrift. Na schriftelijke toestemming van de ouders gaat het dossier naar de S.B.O.-school.

 

Voor plaatsing op een school voor Speciaal Onderwijs gaat de aanvraag via de Commissie voor Indicatiestelling. Welke instantie je moet benaderen  hangt af van de problematiek van de leerling.

 

 

Handhavingsleerlingen


In hoeverre wij leerlingen met speciale onderwijsbehoeften kunnen handhaven binnen onze school is afhankelijk van een aantal criteria. We hebben met elkaar geconcludeerd dat wij iedere situatie apart bekijken.

 

Als na een periode van signalering en diagnostiek steeds duidelijker wordt dat de problemen van een leerling structureel van aard zijn, vinden wij het van belang om met elkaar te onderzoeken of handhaving een antwoord is op de onderwijsbehoefte van de leerling.

 

Handhaving kan worden overwogen als de problematiek gekenmerkt wordt door:

de verwachting dat de hulp aan het kind noodzakelijk, maar adequaat zal zijn gedurende de gehele basisschoolperiode.

We zullen ons daarbij afvragen of deze hulpverlening op de eigen school dan wel op een school voor speciaal basisonderwijs kan plaatsvinden. Met andere woorden: op welke plek kun je het best tegemoet komen aan de onderwijs behoeften van de leerling.

 

Voordat overgegaan wordt tot wel of niet handhaven, wordt een leerlingbespreking georganiseerd. De leerling wordt besproken aan de hand van verschillende informatiebronnen zoals het welbevinden van het kind, maar ook de mening van de ouders, het team, de groep waarin het kind komt en de leerkracht spelen een rol.

Dit bovenstaande is verwerkt in het document handhavingsleerlingen.

 

Plaatsing Rugzakleerlingen

 

Bij aanmelding door ouders van een leerling met een lichamelijke of verstandelijke beperking, overweegt de Griftschool of wij in staat zijn, gezien de problematiek van de leerling, op korte en lange termijn passend onderwijs aan te bieden binnen de mogelijkheden en de visie van onze school.

Wij adviseren ouders vooraf contact op te nemen met de Commissie van Indicatiestelling ten einde een deskundig oordeel te vernemen en zo mogelijk Leerling Gebonden Financiering (LGF) te verkrijgen.

Vervolgens wordt betreffende leerling uitgebreid besproken in de zgn. rugzakcommissie. Deze commissie bestaat uit de directie en de intern begeleider.

Vragen die de commissie zal moeten beantwoorden zijn;

  • is er voldoende informatie bekend om tot een oordeel te kunnen komen

  • komt er voldoende tijd beschikbaar voor hulp en assistentie

  • komt er specialistische hulp en/of begeleiding

  • wordt de werkdruk van de leerkracht(en) hierdoor niet te groot

  • is het haalbaar, met de extra faciliteiten uit de rugzak het kind adequaat onderwijs te bieden

  • kan kwaliteit van het onderwijs aan de groep gewaarborgd blijven

 

Als een goed en verantwoord begeleidingsplan mogelijk is kan tot een plaatsing op onze school overgegaan worden. Indien twijfels of zelfs onmogelijkheden blijven bestaan zal de rugzakcommissie de ouders terugverwijzen naar de ouderconsulent van de Commissie Van Indicatiestelling of kunnen de ouders hun vraag voorleggen aan een Commissie Van Beroep (CVB). De school heeft hiervoor een protocol opgesteld.

 

Ook kan blijken dat gaandeweg het traject op de basisschool, na vaststellen van een stoornis,  een kind in aanmerking komt voor de aanvraag van leerling gebonden financiering. Hiervoor moet een beschikking aangevraagd worden bij de commissie voor indicatiestelling. Op de website  http://www.oudersenrugzak.nl/, vindt u hierover de meest actuele informatie.

Dossiers

De leerkracht bewaart de toetsresultaten, observatiegegevens, en groepsplannen gedurende het hele schooljaar bij de groepsadministratie in de klas.
In de leerlingdossiers staan de notities van oudergesprekken, toets- en rapportgegevens, observaties e.d. Verslagen van onderzoeken, diagnostische toetsen en besprekingen worden door de intern begeleider apart in een zorgdossier bewaard. Een dossier is strikt vertrouwelijk.
Ouders kunnen bijv. een onderwijsbegeleidingsdienst toestemming geven tot inzage. Zelf hebben zij ook recht op inzage, maar dienen hiertoe een afspraak met de leerkracht, de intern begeleider of de directeur te maken. Alle gegevens worden uiterlijk 3 jaar na het vertrek van de leerling discreet vernietigd.
Op deze wijze bouwen we rondom de genoemde vakgebieden een leerlingvolgsysteem op.

Mogelijkheden tot verdiepen

Er zijn ook kinderen voor wie het leren geen enkel probleem is. Alles gaat hen makkelijk af. De kans bestaat dat ze het onderwijs saai, oninteressant en vervelend gaan vinden. We vinden dat ook deze kinderen aandacht verdienen en leerstof moeten krijgen die ze nodig hebben. Omdat deze kinderen vaak probleemoplossend te werk gaan, krijgen zij opdrachten waarbij ze zelf veel moeten uitzoeken: de zgn. verdiepings- of verrijkingsopdrachten.
Voorbeelden van verdiepingsstof met uitdagende rekenproblemen zijn Somplex, Bolleboos, Rekentoppers en Kien. Ook onze lesmethoden bieden uitdagende opdrachten. Op de Griftschool maken we gebruik van het digitaal protocol hoogbegaafdheid, een instrument wat ons helpt om te bepalen of we inderdaad te maken hebben met een (hoog) begaafde  leerling en welke aanpassingen in de leerstof wenselijk zijn.

 

Dyslexie

Op de Griftschool volgen we het protocol dyslexie voor groep 1 t/m 8. Voor kinderen met (een vermoeden van ) enkelvoudige, ernstige dyslexie zorgt de school voor de aanlevering van het dossier. Wij hanteren daarbij de criteria die vanuit de zorgverzekeraars zijn opgesteld. Het onderzoek kan dan bekostigd worden vanuit de basis zorgverzekering. Meer informatie over dyslexie kunt u vinden op http://www.masterplandyslexie.nl/.

 

   
Naar het begin van de pagina

Verwijsindex risicojongeren (VIR)

 

Het kan voorkomen dat er gedurende de schoolloopbaan van uw kind zorgen ontstaan. Bijvoorbeeld: zorgen over de leerprestaties of het gedrag. Indien er zorgen zijn, bespreken we die binnen onze interne zorgstructuur en natuurlijk met u als ouder. Een hulpmiddel binnen onze zorgstructuur is de Verwijsindex (VIR). De verwijsindex is een hulpmiddel voor school (en ouders) om bij zorgen bij een kind, snel contact te kunnen leggen met eventuele overige betrokkenen.

 

Vanaf 2011 kunnen de interne begeleiders van onze school gebruik maken van de Verwijsindex

 

Wat is de Verwijsindex?

De VIR is een landelijke internetapplicatie waarin een professional een jeugdige (0 tot 23 jaar) kan registreren als hij/zij redelijkerwijs vermoedt dat de jeugdige een risico loopt in zijn lichamelijke, psychische, sociale of cognitieve ontwikkeling naar volwassenheid.

 

Waarom de Verwijsindex?  

De verwijsindex is er in de eerste plaats om de hulpverlening aan jeugdigen te verbeteren. Vaak zijn meerdere instanties, uit verschillende disciplines en gemeenten bij een bepaalde jongere betrokken. Voor een goede hulpverlening is het van belang dat zij dit in een vroeg stadium van elkaar weten. Ze kunnen dan informatie uitwisselen en hun krachten bundelen om de jongere te helpen. De verwijsindex doet dit door hulpverleners die met dezelfde kinderen werken en waar zorgen over zijn zo vroeg mogelijk met elkaar in contact te brengen. Natuurlijk zult u daar als ouder van op de hoogte zijn en daar waar mogelijk bij betrokken worden.

 

Welke gegevens?

In de verwijsindex wordt alleen geregistreerd dát er een melding is gedaan. De aard van de melding en behandeling worden in de verwijsindex niet bijgehouden. Die informatie blijft in het dossier van de desbetreffende hulpverlener. Een signaal in de Verwijsindex omvat daarom alleen:

  • identificatiegegevens van de jongere (aan de hand van het burgerservicenummer);
  • identificatiegegevens van de meldende instantie;
  • datum van de melding;
  • contactgegevens van de meldende instantie.

 

Privacy

Alle betrokkenen moeten erop kunnen vertrouwen dat met de gegevens in de verwijsindex zorgvuldig wordt omgegaan. Door een aantal maatregelen wordt dit gewaarborgd. Denk hierbij aan een wettelijke grondslag voor het gebruik van de verwijsindex op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), een adequaat niveau van beveiliging en het zorgvuldig vastleggen van gegevens over transacties en mutaties in de gegevens.

 

Welke rechten heeft de jeugdige?

De jeugdige en zijn of haar ouders worden geïnformeerd over signalen in de verwijsindex. Als de ouders of jeugdige dat willen, mogen zij de geregistreerde gegevens inzien. Zij kunnen bezwaar aantekenen tegen opname in de verwijsindex. Hiervoor dienen ouders of jeugdige een schriftelijk bezwaar in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders in de gemeente waarin zij wonen.

 

Kijk voor meer informatie op www.samenwerkenvoordejeugd.nl

       
Naar het begin van de pagina

Leerling Gebonden Financiering

 

Vanaf 1 augustus 2003 is er een wet van kracht: De wet voor Leerling Gebonden Financiering
(LGF) of in de wandelgangen ook wel ‘de rugzak’ genoemd. Deze wet biedt ouders meer keuzevrijheid om kinderen met een handicap, een leer- en of gedragsprobleem in een ‘normale’ omgeving op te laten groeien.
Ze hebben de kinderen ingedeeld in 4 schoolsoorten, de zgn. clusters.

cluster 1: kinderen met visuele handicaps
cluster 2: kinderen met communicatieve handicaps (gehoor-, taal-, en of   spraakproblemen)
cluster 3:

kinderen met verstandelijk en/of lichamelijke gehandicaps en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap

cluster 4: kinderen met psychiatrische of gedragsstoornissen en/of ernstige leerproblemen.

 Om te voorkomen dat kinderen met een lichtere handicap in het speciaal onderwijs terecht komen zijn er per schoolsoort/cluster Regionale Expertise Centra (R.E.C.) opgezet. De scholen binnen het R.E.C. verzorgen niet alleen speciaal onderwijs, maar bieden ook ambulante begeleiding aan de basisscholen waar het kind met zijn handicap les krijgt. Tevens kunnen de basisscholen enkele uren extra formatie en een geldbedrag voor de besteding van extra leermiddelen aanvragen.
Een aanmelding van zo’n leerling staat op zichzelf en zal op een zorgvuldige wijze worden beoordeeld.

       
Naar het begin van de pagina

Musical

 

Groep 8 sluit het schooljaar en hun basisschoolperiode af met een "musical", waarbij een groot beroep wordt gedaan op de capaciteiten van de leerlingen en leerkracht op het gebied van drama en muziek. Vanaf april wordt met het oefenen gestart en met een “spetterend” optreden nemen zij afscheid van onze school.

       
Naar het begin van de pagina

Onderwijs algemeen

 

De school kent een zgn. jaarklassensysteem. Differentiatie naar aanleiding van leerniveau en werktempo van de leerlingen wordt hoofdzakelijk binnen de groepen toegepast. Waar mogelijk worden methoden aangepast om het functioneren van de individuele leerling binnen de leeftijdsgroep mogelijk te maken.
Het onderwijs is zodanig in jaargroepen ingericht, dat de leerlingen de school in beginsel in acht aaneensluitende jaren kunnen doorlopen.
Zittenblijven is mogelijk vanaf groep 2. Tot zittenblijven wordt besloten na uitvoerig onderzoek, toetsing en overleg tussen de groepsleerkracht, de intern begeleider en de ouders van de betreffende leerling. Bijna altijd gaat het om kleuters die (emotioneel) nog te jong zijn om naar groep 3 te kunnen. Soms betreft het een leerling uit groep 3, die de basisvaardigheden lezen en rekenen niet voldoende beheerst om in groep 4 goed mee te kunnen. In de overige groepen komt doubleren alleen nog in uitzonderlijke gevallen voor.
De uiteindelijke beslissing tot zittenblijven valt onder verantwoording van de school.

       
Naar het begin van de pagina

Onderwijs in de kleutergroepen

 

In de kleutergroepen ligt het accent op een combinatie van ontwikkelings- en ervarings-
gericht onderwijs. De ontwikkeling bij jonge kinderen wordt vooral bepaald door de wisselwerking
tussen kind en ervaringswereld. In deze omgeving krijgen ze te maken met dingen, planten, dieren en mensen. We kiezen er voor om hen dit op een 'spelende' manier aan te bieden, waarbij er steeds ruimte is om daarin de ervaringen van het kind zelf te betrekken.
De leerkracht houdt de ontwikkeling van de leerling goed in het oog en biedt materialen en activiteiten aan als hij/zij er aan toe is. In de kleutergroepen wordt gebruik gemaakt van de methode Schatkist.
Deze methode stimuleert de leerlingen op een breed gebied in hun ontwikkeling. Taal, lezen en rekenen staan voorop maar daarnaast vergroten de leerlingen ook hun kennis van de wereld en de sociale relaties. In de praktijk betekent het dat er gewerkt wordt met thema’s zoals dieren, boeken, winter, feest, familie, eropuit, einde schooljaar etc. Natuurlijk worden er ook eisen gesteld aan werkhouding en gedrag. Ook zijn er technieken (bijv. knippen, plakken, e.d.) die geleerd moeten worden. Er wordt geprobeerd een gezond evenwicht te vinden tussen datgene wat moet en datgene wat mag.

     
  Werken in de klas    
  De sociale ontwikkeling    
  Binnen spelen    
  Buiten spelen    
  Al leren lezen    
       
 

Werken in de klas

’s Morgens beginnen we met een kring waarin taalactiviteiten plaats vinden. Na de taalkring gaan de leerlingen ‘werken’.De leerkracht of de leerling kiest waar hij/zij gaat werken
Met werken wordt bedoeld:

 
opsommingsteken spelen in de poppenhoek of bouwhoek
opsommingsteken werken met constructiemateriaal op de tafel of op de grond
opsommingsteken werken met de spelletjes van Schatkist
opsommingsteken met lego bouwen
opsommingsteken ontwikkelings materialen uit de kast
opsommingsteken verven
opsommingsteken een opdracht maken met de leerkracht
opsommingsteken tekenen
opsommingsteken creatieve werkvormen
opsommingsteken werken in de computerhoek
 
 

We komen graag tegemoet aan de verschillende ontwikkelingsbehoeften van de leerlingen. De poppenhoek is een van de meest geliefde hoeken voor jongens en meisjes. En ook zeer waardevol. De sociale ontwikkeling (het samen spelen), de emotionele ontwikkeling (het verwerken van gevoelens) en de taalontwikkeling worden in de poppenhoek gestimuleerd. Op de grond of aan de tafel mogen leerlingen spelen met groot of klein constructie materiaal (Duplo, K'nex, Lego, houten blokken, enz.). Ze maken hiervan de meest fantastische dingen. Dit geldt natuurlijk ook voor de bouwhoek, maar deze is tevens belangrijk voor de ontwikkeling van het ruimtelijk inzicht. Al spelend maken leerlingen zich reken- en taalbegrippen eigen. Daarnaast kunnen de leerlingen in de luisterhoek luisteren naar een boekje dat voorgelezen wordt (op een bandje of CD) of aan elkaar.
Op het verfbord ontstaan vaak al prachtige kunstwerken. Tijdens creatieve activiteiten
zijn de leerlingen vooral bezig met de ontwikkeling van de fijne motoriek, knippen, plakken, scheuren, kleuren, lijnen trekken e.d. In de computerhoek kunnen de leerlingen met behulp van een programma spelenderwijs de computer ontdekken. Ook wordt er hier op een speelse manier met vormen, kleuren en taal geoefend.
 

<terug>

 

 

De sociale ontwikkeling

De sociale ontwikkeling neemt in groep 1 en 2 een grote plaats in. Daarbij staat het bewust worden van gevoelens centraal. Via actuele situaties of het naspelen ervan of met behulp van (prenten)boeken wordt geprobeerd gevoelens te benoemen en bespreekbaar te maken.
Hierdoor worden hun eigen gevoelens, maar ook die van andere kinderen herkenbaar. We hopen dat ze hierdoor genuanceerder en met meer begrip reageren op situaties en op andere leerlingen in de groep.
 

<terug>

 

 

Binnen spelen

Bij de spellessen ligt het accent op samenspelen. Dit gebeurt bij:

 

opsommingsteken

Dansen: Hierbij zijn we vooral bezig met bewegen op muziek en/of het uitbeelden van bewegingswoorden of verhaaltjes.

opsommingsteken

Spel met klein gymmateriaal: Bijv. gooien en vangen van ballen of pittenzakken.

opsommingsteken

Spel met groot materiaal: Regelmatig wordt er een opstelling gemaakt met klim- en klauterrekken, banken, kasten, zwiepplank.

opsommingsteken

Spelletjes doen: Hierbij wordt al een beetje kennis gemaakt met afspraken (spelregels).

<terug>

 

  Buiten spelen    
 

Iedere dag wordt er aandacht besteed aan spel en beweging. Bij goed weer mogen de leerlingen vrij spelen op het schoolplein. Ze hebben daar de beschikking over onze speelruimte. Ook hebben ze een grote keus uit allerlei spelmateriaal, zoals karren, kruiwagens, emmers, scheppen, klimrek en zandbak. Op deze manier kunnen de leerlingen in de eerste jaren van hun schoolleven zeer veel ervaringen op doen. “Kleuters” kunnen zich nog verwonderen en dat willen we graag zo houden!

  <terug>    
       
 

Al leren lezen

Op de Griftschool wordt de gedachte gekoesterd dat kleuters ook kleuters mogen zijn. Er is echter wel speciale aandacht voor de geletterde omgeving. Als de leerlingen er belangstelling voor hebben, is er materiaal zoals loco, de taal- en leesspelletjes van Schatkist, stempels van letters en woorden, waarmee ze kunnen oefenen.
 

<terug>

       
Naar het begin van de pagina

Onderwijs in de groepen 3 t/m 8

  In de groepen 3 t/m 5 ligt het accent op het leren van de basisvaardigheden, zoals lezen, schrijven en rekenen. In de groepen 6 t/m 8 worden deze vaardigheden verder vergroot. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan het historisch denken, oriëntatie op de wereld, natuurkennis en het omgaan met informatiebronnen. In alle groepen worden de leerlingen gestimuleerd om zich creatief te ontwikkelen. Door middel van drama, beeldende vorming, muziek enz. bieden we de leerlingen mogelijkheden aan om zich daarin te ontplooien.
Sociale redzaamheid
Taal
Leren Lezen

Tutorlezen
Begrijpend lezen
Schrijven
Rekenen
Wereldverkenning
Aardrijkskunde
Geschiedenis
Natuur- en milieueducatie
Informatie Communicatie Technologie
Verkeer
Het Utrechts Verkeersveiligheid Label
Bewegingsonderwijs
Zwemonderwijs
Muziek, beeldende vorming, kunst en cultuur
Engels
Naar het begin van de pagina  
 

Sociale redzaamheid

De Griftschool besteedt gericht aandacht aan de ontwikkeling van de sociale competentie van onze leerlingen. Met het doel een prettig schoolklimaat te bevorderen en de leerlingen de nodige sociale bagage mee te geven. Het vormt dan ook een goede basis voor deelname aan de maatschappij.

Onder sociale competentie verstaan wij het vermogen om adequaat te kunnen handelen in sociale situaties. Bij sociale competentie gaat het erom hoe je met jezelf en met elkaar omgaat; het gaat om meedoen en meebepalen.
Het gaat niet alleen over je voegen naar de anderen: de groep, de maatschappij.
Sociale competentie is ook invloed uitoefenen op je omgeving. Het gaat daarbij om het evenwicht.
De verwachtingen die wij aan sociaal competent gedrag stellen, zijn voor iedere leeftijd anders.
Een kleuter lost een ruzie bijvoorbeeld anders op dan een leerling uit de bovenbouw.
De methode “Kinderen en hun sociale talenten” helpt ons hierbij.
Iemand is dus sociaal competent als deze persoon zowel rekening houdt met zijn eigen belangen als met die van een ander en als hij dit doet volgens de waarden en normen die in onze samenleving gelden. Hiervoor zijn kennis, vaardigheden en een juiste attitude nodig.

<terug>

 

Taal

Het taalonderwijs neemt in onze school een belangrijke plaats in. Na de voorbereidende periode in de groepen 1 en 2 wordt in groep 3 begonnen met het leesprogramma van de methode "Veilig leren lezen". Naast het leren lezen met behulp van globaalwoorden met bijpassende afbeeldingen wordt aandacht besteed aan klanken, letterkennis, woordkennis en woordvorming.
De methode “Veilig leren lezen” integreert in de lesopzet het technisch lezen, het begrijpend lezen, het spellen en het creatief taalgebruik.
In de groepen 4 t/m 8 maken wij gebruik van de taalmethode Taal actief.
Taal actief Taal is opgebouwd uit 10 overkoepelende thema's van drie weken elk. Per jaargroep sluit de uitwerking van deze thema's aan bij het ontwikkelingsniveau en de belevingswereld van de kinderen. De methode hanteert de vorm van een instapweek, parkeerweken en een afsluitweek.

<terug>

 

Leren Lezen

Op onze school wordt veel energie gestopt in het goed leren lezen. Een goede leesvaardigheid is belangrijk voor het plezier dat je in lezen kunt hebben, maar het is ook een voorwaarde bij vrijwel alle schoolvakken.
In groep 1 en 2 starten we al met allerlei activiteiten ter voorbereiding op het leren lezen. In groep 3 wordt voortgebouwd op deze basis met behulp van de vernieuwde versie van de leesmethode “Veilig Leren Lezen”. Er is een gedifferentieerd aanbod van leerstof in de vorm van werkbladen, leesboekjes, spelletjes en oefeningen op de computer. Vervolgens gaan de kinderen veel ‘leeskilometers’ maken. We maken hierbij gebruik van verschillende werkvormen zoals individueel lezen, duo-lezen en tutorlezen.

Deze werkvormen voor technisch lezen worden voortgezet in groep 4, 5 en 6, en verder uitgebreid met begrijpend lezen. In het schooljaar 2007-2008 werd een nieuwe methode voor ons technisch leesonderwijs aangeschaft. CITO en de AVI-toetsen gaan samenwerken. Het komt er op neer dat er nieuwe AVI-niveaus komen, om de leesvaardigheid van de leerlingen en de leesmoeilijkheid van kinderleesboeken nog beter op elkaar af te stemmen. Wij zitten momenteel in een overgangsfase. We zullen zowel het oude AVI-systeem als het nieuwe systeem naast elkaar gebruiken.
<terug>

 

Tutorlezen

Onder het motto “Leerlingen leren iets van leerlingen” hebben wij het tutor-lezen geïntroduceerd. Wat is tutor-lezen?
Een leerling van groep 7 of 8 begeleidt een leerling van groep 3 of 4 bij het lezen.
Dat gebeurt op 4 momenten in de week. Zij krijgen daarvoor instructie en begeleiding van de leerkracht die altijd verantwoordelijk blijft. Dit wordt gecoördineerd door Intern Begeleider.
Deze vorm van lezen (voor de jongere leerlingen) is erg zinvol omdat zij, intensief, extra leeshulp krijgen waardoor de leesvaardigheid een impuls krijgt.
Voor de tutoren is deze werkwijze ook leuk:

opsommingsteken

ze helpen jongere kinderen met het leesonderwijs

opsommingsteken

ze leren geduld en aandacht op te brengen voor de andere leerling

opsommingsteken

ze leren zich verplaatsen in dat waar de leerling mee bezig is

opsommingsteken

ze leren elkaar beter kennen en bouwen samen een relatie op


Tevens leren de leerlingen elkaar beter kennen en bouwen ze samen een relatie op.
<terug>>

 

Begrijpend lezen en studerend lezen

Hiervoor gebruiken wij de methode “Goed Gelezen”. Deze methode ondersteunt ons met de investering in het leesonderwijs. Iedere week krijgen de leerlingen twee lessen van 45 minuten. Een leerkrachtgebonden les (boekles) en een zelfstandig werkles (bakles).
Tijdens de boekles krijgen de leerlingen dezelfde instructie zodat de betere lezers als voorbeeld voor de zwakkere lezers dienen. Differentiatie vindt plaats bij de bakkaarten (drie niveaus), de interactieve bakkaarten (oefenprogramma op de computer), de remediëring na de toets, de verrijking bij de opdrachten in het leerlingenboek en door de extra materialen voor leerlingen die afwijken van het gemiddelde ontwikkelingstempo.

<terug>

 

Schrijven

Het schrijfonderwijs is gericht op communicatie en expressie.
Daarbij ligt het accent op:

  1. aanleren van een net en leesbaar handschrift;
  2. aanleren van een vlot produceerbaar handschrift;
  3. automatiseren van de motorische schrijfbeweging.

Methode pennestreken wordt gebruikt in de groepen 3 t/m 8.
<terug>

 

Rekenen

Rekenen wordt in de voorbereidende fase aangeboden in de kleutergroepen.
Vanaf groep 3 tot en met 5 wordt er gewerkt met een realistische rekenmethode “Pluspunt” . De groepen 6 t/m 8 werken nog met de methode “ Talrijk”. In de komende schooljaren gaan ook zij werken met “ Pluspunt”.
Deze methodes kenmerktenzich door veel gesprekken tussen leerling(en) en leerkracht. Inzicht is het belangrijkste en daarom wordt er steeds gevraagd naar het hoe en waarom. Een tweede aspect van realistisch rekenen is dat opgaven in een herkenbare situatie zijn geplaatst. Alle leerlingen maken de basisstof, daarnaast zijn er niveaus, zowel voor kinderen die iets nog niet begrijpen (remediërende stof), als ook voor kinderen die op een onderdeel al meer aankunnen (verrijkende stof).
<terug>

 

Wereldverkenning

Het vak wereldverkenning is onderverdeeld in:

opsommingsteken Aardrijkskunde
opsommingsteken Geschiedenis
opsommingsteken Natuur- en Milieu-educatie
opsommingsteken Verkeer

 

In de groepen 1 en 2 worden de afzonderlijke vakken in samenhang aangeboden.

Veelal komen de te behandelen onderwerpen in projecten aan de orde. In de groepen 3 en 4 wordt er op dit moment methodisch gewerkt aan Natuur- en Milieueducatie en Verkeer.

<terug>

 

Aardrijkskunde

Het doel van het vak aardrijkskunde is:

opsommingsteken de leerling in aanraking brengen met de wereld om hem heen.
opsommingsteken de leerling leren de wereld zelfstandig te verkennen, informatie te verwerken en tot een, op het niveau van de leerling, verantwoorde meningsvorming te komen.
opsommingsteken de vragende en onderzoekende houding die de leerling van nature heeft, ontwikkelen.
opsommingsteken de leerling leren samenwerken met anderen, door luisteren en overleggen.

Bij de methode “ Een wereld van verschil” worden de gedragingen van de mens en de ontwikkelingen in de natuur vanuit verschillende gezichtspunten bekeken: Vanuit het economisch, politiek, sociaal en cultureel oogpunt (multiperspectief).
De methode is thematisch-concentrisch opgezet. Er wordt gewerkt met acht thema’s die ieder jaar terug komen. Elk jaar wordt de kennis die de voorgaande jaren is opgedaan verder uitgediept.
<terug>

 

Geschiedenis

In de nieuwe kerndoelen voor geschiedenis speelt de verdeling van de geschiedenis in tien tijdvakken een belangrijke rol. Onze nieuwe methode “Bij de Tijd” sluit daarop aan. De methode is concentrisch chronologisch opgebouwd waardoor de tien tijdvakken in de loop van de vier leerjaren regelmatig terug keren. De kennis van elk tijdvak breidt zich daardoor uit. Er is veel aandacht voor zelfstandig werken, de doorgaande lijn en het ontwikkelen van historisch besef.
<terug>

 

Natuur- en milieueducatie

Het doel van de natuur- en milieueducatie is de leerlingen in contact te brengen met de natuur, hen daarover kennis bij te brengen, om zodoende een attitude van respectvolle omgang met de natuur te bewerkstelligen. Bij natuur- en milieueducatie wordt gebruik gemaakt van informatie via onderwijs-televisie. De nieuwe natuurkennismethode “Leefwereld” gaat uit van een contact met concrete materialen uit de natuur om zo de leerlingen “verwondering” en “bewondering” voor de natuur bij te brengen. Het centrum voor Natuur en Milieu “De Boswerf” in Zeist en “ De Schoolsteeg” in Leusden bieden ons de gelegenheid om levend materiaal en lesdozen bij onze lessen te gebruiken. Daarnaast wordt er af en toe een "slootexcursie" gehouden of worden buitenopdrachten gegeven voor het herkennen van planten en bomen.
Ook is een bescheiden schooltuin in gebruik, waar de kinderen planten kunnen bestuderen en waar gezocht kan worden naar insecten. Het onderhoud van de tuin gebeurt door leerlingen van gr. 6 onder leiding van een ouder.

 
<terug>

 

Informatie Communicatie Technologie

Wij zijn van mening dat de meerwaarde van computers het sterkst naar voren komt in onderwijsleersituaties waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen leerlingen in aanleg, tempo en interesse. Wij werken vanuit het beleidsplan ICT en streven de doelstellingen van dit plan na.

De netwerkcomputers, alle uitgerust met flatscreen beeldschermen en koptelefoon, zijn als volgt ondergebracht:

opsommingsteken

Computerruimte bovenbouw:      15 computers

opsommingsteken

Computerruimte onderbouw:       11 computers

opsommingsteken

Groepen 1 en 2:                               3 computers

Aanvullend staan er in iedere groep 2 computers.

De concentratie van computers op bovenstaande plaatsen in de school geeft de mogelijkheid om met flinke aantallen leerlingen tegelijk te werken. Alle groepen passen ICT toe in de onderwijsleersituaties (o.a. tijdens het zelfstandig werken). Daarbij worden er structureel tijden afgesproken wie wanneer gebruik maakt van de ruimtes waar de computers staan.
Steeds meer lesmethoden worden geleverd met een bijbehorend computerprogramma, zodat er een vanzelfsprekende verbinding is tussen de lessen in de klas en verwerking op de computer.
Daarnaast wordt de computer gebruikt voor de individuele ontwikkeling van de leerlingen via daartoe geëigende programma’s. Een buitenschools bedrijf zorgt voor het netwerkbeheer.

In de school is een ICT-er aanwezig. Deze volgt cursussen, om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen op het gebied van computergebruik in de basisschool. De ICT-er is in eerste instantie verantwoordelijk voor een aantal omschreven werkzaamheden voor het beheer van het netwerk. De school kan bij het beheer ook rekenen op de hulp van een helpdesk.
Bij niet oplosbare problemen op afstand komt er iemand van het netwerkbedrijf.
De ICT-er stimuleert de leerkrachten van de school in het gebruik van de computer, helpt ze eventueel uit de computerproblemen en informeert het team over nieuwe mogelijkheden.

De website (www.griftschool.nl) is volop in gebruik. Maandelijks wordt er een bijdrage aan de website geleverd door een groep. (“Uit de groepen”)
Via de website kunt u een goed overzicht krijgen van alle activiteiten die gepasseerd zijn en die nog staan te gebeuren (“Actueel” en “Grift-info”). U kunt ook de notulen van de MR raadplegen.
Van alle zaken die in deze schoolgids genoemd worden kunt u kennisnemen via de website.
<terug>

 

Verkeer

In alle groepen wordt verkeersonderwijs gegeven. De nieuwe verkeersmethode “Wijzer door het verkeer” is ingevoerd. Het kennen en kunnen toepassen van de verkeersregels en het bewust zijn van je eigen rol in het verkeer zijn de pijlers van deze methode.
De zelfredzaamheid van de leerling wordt stap voor stap vergroot. De meeste aandacht wordt besteed aan het verkeersonderwijs gericht op voetgangers en fietsers. In groep 7 is er jaarlijks een theoretisch en praktisch verkeersexamen.

We hebben op school een verkeerswerkgroep die veel activiteiten organiseert voor alle groepen.
<terug>

 

Het Utrechts Verkeersveiligheid Label

Dit label is ons kwaliteitskeurmerk voor de school. Daarmee laten wij zien dat wij de verkeersveiligheid een vaste plaats in de school geven. De verkeerswerkgroep en het team besteden de nodige aandacht aan verkeersactiviteiten en projecten.
Met als doel: streven naar een veilige schoolomgeving en een veilige school-thuisroute.
Op de website kunt u de planning van onze verkeerswerkgroep lezen.
<terug>

 

Bewegingsonderwijs

Voor alle leerlingen streven we naar 1 ½ uur bewegingsonderwijs of spel per week. In de lessen wordt aandacht besteed aan de verschillende bewegingsvormen met en zonder toestellen. Bij de spellessen ligt het accent op samenspel en sociaal gedrag. Voor gym- en spellessen wordt door groep 1 en 2 gebruik gemaakt van het speellokaal van de school. De hogere groepen hebben gymnastiek in sporthal De Camp.

Voor alle groepen zijn om hygiënische redenen gymschoenen verplicht. In de groepen 1 en 2 blijven die schoenen (voorzien van naam) op school. De leerlingen van groep 3 t/m 8 dragen tijdens de gymles sportkleding. Sporten is gezond en de meeste leerlingen bewegen graag. Mocht het om en of andere reden voorkomen dat uw kind niet mee mag doen, wilt u dan een briefje meegeven?
Groep 4 heeft op één van de gymuren schoolzwemmen.
Hieronder volgen de gymdagen en tijden per groep:

Dinsdag groep 7: 08.30 – 09.15 uur
groep 5: 09.15 – 10.00 uur
groep 4: 10.00 – 10.45 uur
groep 3: 10.45 – 11.30 uur
groep 6: 13.00 – 13.45 uur
groep 8: 14.30 15.15 uur
Vrijdag: groep 5: 08.30 – 09.15 uur
groep 6: 09.15 – 10.00 uur
groep 7: 10.00 – 10.45 uur
groep 3: 10.45 – 11.30 uur
groep 8: 13.00 – 13.45 uur
Op vrijdag worden de lessen gegeven door Zedgar Veldhuizen.
<terug>
 

Zwemonderwijs

De leerlingen van groep 4 krijgen wekelijks zwemonderwijs. De leerlingen van groep 5 die nog geen zwemdiploma hebben, worden in de gelegenheid gesteld hier ook aan deel te nemen. Zij worden per bus vervoerd naar het zwembad “ Octopus” in Leusden. Voor het vervoer van de bus wordt door de gemeente Woudenberg per jaar een bijdrage gevraagd. Dat komt neer op € 60,- per jaar. Deze kosten worden door de gemeente bij de school in rekening gebracht. De school brengt deze weer in rekening bij de desbetreffende ouders. Het zwemmen vindt vrijdags plaats van 11.45 t/m 12.15 uur.
De leerlingen vertrekken om 11.15 uur en zijn om 12.45 uur weer op school terug.
<terug>

  Muziek, beeldende vorming, kunst en cultuur

In alle groepen van de school wordt enkele uren per week aandacht besteed aan expressie-activiteiten. De concrete uitingen daarvan worden regelmatig tentoongesteld in eigen lokaal of in de hal van de school. Om onze creativiteit meer vorm te geven hebben wij gewerkt aan een beleidsdocument.
Het beleidsdocument Cultuur-educatie zorgt voor de koppeling tussen onze creatieve vakken en de culturele omgeving. Het moet er tevens voor zorgen dat er een betere doorgaande lijn in de school komt. De vakken muziek, beeldende vorming en kunst en cultuur krijgen hierin een plaats. Alsmede de creatieve activiteiten die er voor iedere groep zijn. Daarbij kunt u denken aan workshops djembé, Afrikaans dansen of het maken van schilderijen.

Verder nemen de groepen deel aan het Kunstmenu van Kunstcentraal en het Cultuur Erfgoed van de gemeente Woudenberg. Hier krijgen ze informatie over de geschiedenis van Woudenberg.
<terug>

 

Engels

Het plezier in het leren van een vreemde taal staat voorop. De leerlingen leren spelenderwijs om te gaan met deze taal door middel van een grote variatie aan oefeningen.
Het accent ligt daarbij op het luisteren, mondelinge taalvaardigheid, eenvoudige lees- en schrijfoefeningen. Wij gebruiken de methode Bubbles die goed aansluit op het Voortgezet Onderwijs.
<terug>

Naar het begin van de pagina

Rapportage

  De kinderen van de groepen 1 t/m 8 krijgen drie keer per jaar een rapport (21 november 2011, 26 maart en 25 juni 2012)

In het rapport worden de vorderingen van de leerling beschreven. Tevens wordt een indruk gegeven van de werkhouding en de plaats van de leerling in de groep.

Het rapport wordt aan de leerling(en) mee naar huis gegeven en na inzage en ondertekening verwachten wij het rapport na 2 à 3 weken weer terug. Alle rapporten blijven in de rapportmap en aan het einde van groep 8 wordt deze map aan de schoolverlaters uitgereikt.
       
Naar het begin van de pagina

Schooltelevisie

  Er wordt gebruik gemaakt van de programma’s van Teleac/NOT. Voorbeelden hiervan zijn: Koekeloere, Huisje boompje beestje, Nieuws uit de natuur, School tv-weekjournaal.
Naast deze uitzendingen worden ook regelmatig themalessen opgenomen, die op een later tijdstip worden gebruikt.
       
Naar het begin van de pagina

Urenverdeling groep 1 t/m 8

 
Groep

Jaartotaal

1

828,75

2 en 3

916,50

4

955,50

5 t/m 8

1004,25

Groep 1 t/m 4 = 3617,25 uren
Groep 5 t/m 8 = 4017 uren
       
Naar het begin van de pagina

Voortgezet onderwijs

 

Het is ons doel de kinderen zo te begeleiden dat ze na de basisschool naar die school voor voortgezet onderwijs gaan, die het beste bij hun mogelijkheden en interesses past. Dat is niet altijd een eenvoudige zaak. Om tot een juiste beslissing te komen hanteren wij de volgende werkwijze:
Entreetoets wordt gedaan eind groep 7.  Deze toets geeft informatie aan de school over de geleerde vaardigheden op dat moment.
Met deze toets kunnen wij nagaan of uw kind op niveau presteert en - nog belangrijker – of er in de kennis en vaardigheden van uw kind hiaten zitten. Wij kunnen op basis van de uitslag een gericht plan maken om eventuele hiaten op te vullen.

Op de informatieavond voor de ouders van leerlingen van groep 8 wordt uitleg gegeven over de procedure, die gevolgd wordt bij het verwijzen van leerlingen naar het voortgezet onderwijs.
Medio januari wordt in Woudenberg een scholenmarkt voor het voortgezet onderwijs gehouden. Gedurende het schooljaar nemen de leerlingen van groep 8 deel aan de NIO-toets (een psychologisch capaciteiten onderzoek dat facultatief is) en de Cito-toets (een schoolvorderingen toets).

De keuze voor het vervolgonderwijs zal worden gemaakt op grond van:

opsommingsteken

de mening van onze school (gebaseerd op o.a. de leerresultaten, werkhouding en belangstelling).

opsommingsteken

de wensen van de ouders en het kind.

opsommingsteken

de uitslag van de toetsen.

opsommingsteken

het toelatingsbeleid van het voortgezet onderwijs.

 

 


Percentage verwijzingen Voortgezet Onderwijs

 

In goed overleg tussen de groepsleerkracht en de ouders bepalen de ouders de schoolkeuze.
Zij melden hun kind aan bij de gekozen school. De formulieren hiervoor worden eventueel door de school verstrekt. Wij verstrekken aan de toekomstige scholen van iedere leerling een onderwijskundig rapport.
  De toelatingscommissie van de ontvangende school beoordeelt of een kind voldoende
kansen maakt om het onderwijs op die school met succes te volgen. Dat bij deze beoordeling het advies van de basisschool behoorlijk meetelt, zal duidelijk zijn.
 
 

Resultaten
Om aan te geven hoe onze school “presteert” zetten wij systematisch instrumenten in om de opbrengsten en resultaten in kaart te brengen. Dit cyclische proces krijgt vorm in ons kwaliteitsbeleid. U kunt dit in deel 1 van onze schoolgids lezen.

Plaatsingen in het voortgezet onderwijs
Onze kinderen gaan naar alle vormen van voortgezet onderwijs. Tussen die scholen en onze school bestaat een goed contact.
Jaarlijks informeren zij ons hoe het met onze oud-leerlingen in het Voortgezet Onderwijs verder gaat. Dit brengen wij in kaart brengen zodat wij helder hebben hoe de aansluiting verloopt en waar wij verbeteringen kunnen aanbrengen.

Toetsen
In de basisschool periode vinden er allerlei ontwikkelingen plaats. We zouden de leerlingen en onszelf tekort doen door dit alles in toetsscores weer te geven, want alles wat een leerling leert en wat hem/haar vormt kan vaak niet objectief in scores worden uitgedrukt.
Dat neemt niet weg dat we de vorderingen van de leerlingen goed in de gaten houden. Dat doen we op verschillende manieren. Een van de manieren is het afnemen van toetsen. Hiervoor gebruiken we zowel toetsen die uit de leermethoden komen als van het Cito: deze zijn onafhankelijk van de methode waardoor we een goed beeld krijgen of alle leerstof wel aan bod is geweest. 

 

 

       
Naar het begin van de pagina